Citaat | Rechtbank 's-Gravenhage 22 december 2010

Alinea 313 Rechtbank 's-Gravenhage 22 december 2010

Een alinea uit Rechtbank 's-Gravenhage 22 december 2010, ECLI:NL:RBSGR:2010:BP3111.

4.5.2. De rechtbank heeft ter zitting van 10 november 2009, nadat zij had aangegeven dat naar haar voorlopig oordeel aan hetgeen door partijen over en weer is aangevoerd en overgelegd, het vermoeden kan worden ontleend dat eiseres in de jaren 2002 en 2003 in Nederland gevestigd was, eiseres in de gelegenheid gesteld dit vermoeden te ontzenuwen door het leveren van bewijs door middel van getuigenverklaringen of van ander bewijs. Hiertoe heeft de rechtbank, in overleg met eiseres, de comparities van 11 mei 2010 en 28 september 2010 gehouden, waarop ten overstaan van de rechter-commissaris de heren [F], de aandeelhouder en [G] (op 11 mei 2010), onderscheidenlijk [H] (op 28 september 2010), getuigenverklaringen hebben afgelegd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cc376d21b2465389999776bfa712730a5033e4f7d3be3720b14d17f9fcbb18a9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cc376d21b2465389999776bfa712730a5033e4f7d3be3720b14d17f9fcbb18a9, en de alinea staat in dat document op bytes 63533 tot 64280.