Citaat | Rechtbank 's-Gravenhage 22 december 2010

Alinea 327 Rechtbank 's-Gravenhage 22 december 2010

Een alinea uit Rechtbank 's-Gravenhage 22 december 2010, ECLI:NL:RBSGR:2010:BP3111.

4.9. Nu vaststaat dat eiseres in ieder geval tot 14 december 2001 feitelijk in Nederland werd geleid en eiseres het standpunt inneemt dat haar feitelijke leiding in 2002 en 2003 elders, te weten in de Nederlandse Antillen, was gevestigd, brengt een redelijke verdeling van de bewijslast mee dat eiseres feiten stelt en bij betwisting door verweerder aannemelijk maakt, die haar standpunt kunnen dragen. Zoals eiseres terecht heeft opgemerkt moet bij de beoordeling naar de omstandigheden van de vestigingsplaats van een lichaam in het algemeen ervan worden uitgegaan dat de werkelijke leiding van het lichaam berust bij zijn (statutaire) bestuur en dat de vestigingsplaats overeenkomt met de plaats waar dit bestuur zijn leidinggevende taak uitoefent. Wanneer echter aannemelijk is dat de werkelijke leiding van het lichaam door een ander wordt uitgeoefend dan dat bestuur, kan er aanleiding zijn als vestigingsplaats van het lichaam aan te merken de plaats van waaruit die ander de leiding uitoefent (zie het arrest van de Hoge Raad 23 september 1993, nr. 27.293, BNB1993/193).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cc376d21b2465389999776bfa712730a5033e4f7d3be3720b14d17f9fcbb18a9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cc376d21b2465389999776bfa712730a5033e4f7d3be3720b14d17f9fcbb18a9, en de alinea staat in dat document op bytes 69728 tot 70820.