Citaat | Rechtbank 's-Gravenhage 9 maart 2011

Alinea 217 Rechtbank 's-Gravenhage 9 maart 2011

Een alinea uit Rechtbank 's-Gravenhage 9 maart 2011, ECLI:NL:RBSGR:2011:BP7073.

“Indien rechter [gedaagde 1] stelt dat hij [eiser] niet heeft gebeld voorafgaande aan de zitting van 8 december 1994, dan spreekt hij niet de waarheid. Ik kan mij nog zeer goed herinneren dat [eiser] geschrokken aan ons meedeelde dat hij door rechter [gedaagde 1] was gebeld en dat rechter [gedaagde 1] ook had gebeld met de advocaten van de tegenpartij. [eiser] was zo geschrokken omdat rechter [gedaagde 1] uitlatingen had gedaan, die zeer ongunstig voor ons waren, zoals dat wij niet hadden bewezen dat [naam 17] c.s. wanprestatie hadden gepleegd en dat rechter [gedaagde 1] geen behoefte had aan een pleidooi van [eiser]”.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f0fa3ffbd8d13cd1364cb09df93e536ad24e8938b5e82c6bc7e0ff40048bbee7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f0fa3ffbd8d13cd1364cb09df93e536ad24e8938b5e82c6bc7e0ff40048bbee7, en de alinea staat in dat document op bytes 51334 tot 51978.