Citaat | Rechtbank 's-Gravenhage 9 maart 2011

Alinea 258 Rechtbank 's-Gravenhage 9 maart 2011

Een alinea uit Rechtbank 's-Gravenhage 9 maart 2011, ECLI:NL:RBSGR:2011:BP7073.

3.8 Het hof acht voorts – behoudens (nader) tegenbewijs: zie ook onder 3.14 - bewezen dat het bewuste telefoongesprek niet heel kort heeft geduurd en meer dan een zakelijk gesprek over een puur organisatorisch procedureel punt is geweest, dit gelet op de getuigenverklaringen van [eiser] en [naam 12]. Volgens laatstgenoemde, die – aldus haar verklaring – tijdens het gesprek in de kamer naast [eiser] zat, met de tussendeur open, heeft het gesprek “wel 10 minuten” geduurd. Zij heeft voorts verklaard dat [eiser] tijdens het gesprek steeds luider ging praten, dat hij na afloop van het telefoongesprek zijn kamer uit kwam stormen en een ongeruste en verbijsterde indruk maakte. Over de inhoud van het gesprek, aldus de verklaring van [naam 12], heeft [eiser] haar – zo begrijpt het hof uit haar verklaring - direct daarna verteld dat [gedaagde 1] over de zaak met andere advocaten had gesproken (hetgeen overeenkomt met hetgeen [eiser] in zijn hiervoor reeds genoemde brief van 12 december 1994 schreef), dat hij wilde dat het pleidooi niet zou doorgaan en dat hij, [eiser], geen goed gevoel had over het telefoongesprek; op verzoek van [eiser] had zij vervolgens de cliënten in de Chipshol-zaak gebeld. Dit laatste vindt bevestiging in de schriftelijke verklaring van [bestuurder] (deze is weliswaar overgelegd in de door [naam 3] en Memory genomen akte houdende overlegging producties van 31 oktober 2005, maar [eiser] heeft die verklaring aangehaald en daarnaar verwezen in zijn conclusie na enquête sub 14 en [gedaagde 1] heeft zich vervolgens niet op het standpunt gesteld dat dit stuk geen onderdeel uitmaakt van de procedure tussen hem en [eiser] noch betoogd dat hij niet wist waar de verwijzing op sloeg). In zijn getuigenverklaring heeft [eiser] uitvoerig en gedetailleerd verklaard over de inhoud van zijn telefoongesprek met [gedaagde 1]. Uit zijn verklaring kan zonder meer worden opgemaakt dat het gesprek de nodige tijd heeft geduurd. Zijn weergave van het gesprek komt erop neer dat [gedaagde 1] zich (ook) heeft uitgelaten over de merites van de zaak. [eiser] heeft als getuige voorts verklaard dat hij het telefoongesprek als ontstellend heeft ervaren, na afloop daarvan ontzet en hevig geëmotioneerd was en onmiddellijk daarna contact heeft gezocht met zijn cliënte; een en ander komt overeen met hetgeen [naam 12] terzake heeft verklaard. Ook hier geldt dat de (op de hiervoor aangegeven punten voorts door nader bewijsmateriaal ondersteunde) getuigenverklaring van [naam 12] zodanig in overeenstemming is met de (aanvullende) partijverklaring van [eiser], dat deze (voldoende) geloofwaardig is. Waar [gedaagde 1] heeft verklaard dat er geen telefoongesprek tussen hem en [eiser] heeft plaatsgevonden, kan zijn verklaring in dit verband onvoldoende contragewicht in de schaal leggen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f0fa3ffbd8d13cd1364cb09df93e536ad24e8938b5e82c6bc7e0ff40048bbee7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f0fa3ffbd8d13cd1364cb09df93e536ad24e8938b5e82c6bc7e0ff40048bbee7, en de alinea staat in dat document op bytes 69580 tot 72413.