Citaat | Rechtbank 's-Gravenhage 9 maart 2011
Alinea 322 Rechtbank 's-Gravenhage 9 maart 2011
Een alinea uit Rechtbank 's-Gravenhage 9 maart 2011, ECLI:NL:RBSGR:2011:BP7073.
6.5. Voor de beoordeling van de vraag welke waarde het tussenarrest heeft in de onderhavige procedure is wel van belang artikel 236 van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: “Rv”), dat bepaalt dat beslissingen die de rechtsbetrekking in geschil betreffen en zijn vervat in een in kracht van gewijsde gegaan vonnis in een ander geding tussen dezelfde partijen bindende kracht hebben. Anders dan [eiser], concludeert de rechtbank dat de beslissingen vervat in het tussenarrest tussen [gedaagde 1] en [eiser] geen bindende kracht hebben. Het tussenarrest is immers niet in kracht van gewijsde gegaan. Doorhaling is een administratieve handeling en heeft op zich geen rechtsgevolgen (zie ook art. 246 Rv), in het bijzonder niet dat de instantie er door eindigt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f0fa3ffbd8d13cd1364cb09df93e536ad24e8938b5e82c6bc7e0ff40048bbee7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f0fa3ffbd8d13cd1364cb09df93e536ad24e8938b5e82c6bc7e0ff40048bbee7, en de alinea staat in dat document op bytes 104272 tot 105046.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f0fa3ffbd8d13cd1364cb09df93e536ad24e8938b5e82c6bc7e0ff40048bbee7 | shasum -a 256