Citaat | Rechtbank 's-Gravenhage 9 maart 2011

Alinea 326 Rechtbank 's-Gravenhage 9 maart 2011

Een alinea uit Rechtbank 's-Gravenhage 9 maart 2011, ECLI:NL:RBSGR:2011:BP7073.

6.8. Voorzover [eiser] mocht hebben bedoeld te stellen dat partijen in het kader van de bereikte overeenstemming over doorhaling zijn overeengekomen dat de beslissing van het hof voor [eiser] en [gedaagde 1] bindend was, dan wel dat [eiser] er gerechtvaardigd op mocht vertrouwen dat zij dit waren overeengekomen, is zijn stelling onvoldoende onderbouwd. Dat de procedure bij het hof is doorgehaald, dat [gedaagde 1] na doorhaling is teruggetreden als rechter en dat [gedaagde 1] en de Staat hierover niet actief de publiciteit hebben gezocht, zijn geen omstandigheden waaraan [eiser] het gerechtvaardigd vertrouwen kan ontlenen dat [gedaagde 1] in een procedure als de onderhavige waarin [eiser] aanspraak maakt op schadevergoeding, zich neerlegt bij het voorlopig oordeel van het hof dat [gedaagde 1], behoudens tegenbewijs, inhoudelijke telefoongesprekken heeft gevoerd met advocaten in de Chipshol zaken. Zulks valt ook niet af te leiden uit de door [eiser] overgelegde brief van zijn toenmalige advocaat mr H.J.A. Knijff aan [eiser] van 15 december 2010 waarin hij de gang van zaken rondom de doorhaling beschrijft.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f0fa3ffbd8d13cd1364cb09df93e536ad24e8938b5e82c6bc7e0ff40048bbee7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f0fa3ffbd8d13cd1364cb09df93e536ad24e8938b5e82c6bc7e0ff40048bbee7, en de alinea staat in dat document op bytes 106595 tot 107728.