Citaat | Rechtbank 's-Gravenhage 9 maart 2011

Alinea 334 Rechtbank 's-Gravenhage 9 maart 2011

Een alinea uit Rechtbank 's-Gravenhage 9 maart 2011, ECLI:NL:RBSGR:2011:BP7073.

6.13. Mocht [gedaagde 1] er niet in slagen tegenbewijs te leveren dan komt vast te staan dat [gedaagde 1] een onjuiste centrale stelling heeft betrokken door te stellen dat hij nooit met advocaten heeft gebeld in de Chipshol zaak. Gelet op rechtsoverweging 5.4 is dan sprake van misbruik van bevoegdheid van [gedaagde 1] jegens [eiser] door onder genoemde omstandigheden een procedure tegen hem aan te spannen en voort te zetten. [eiser] heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat hij als gevolg van het aanspannen van de procedure inkomens- en reputatieschade heeft geleden. De vordering is in dat geval toewijsbaar, tenzij deze is verjaard.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f0fa3ffbd8d13cd1364cb09df93e536ad24e8938b5e82c6bc7e0ff40048bbee7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f0fa3ffbd8d13cd1364cb09df93e536ad24e8938b5e82c6bc7e0ff40048bbee7, en de alinea staat in dat document op bytes 112337 tot 112991.