Citaat | Rechtbank 's-Gravenhage 9 maart 2011

Alinea 337 Rechtbank 's-Gravenhage 9 maart 2011

Een alinea uit Rechtbank 's-Gravenhage 9 maart 2011, ECLI:NL:RBSGR:2011:BP7073.

7.2. [eiser] betwist dat zijn vordering verjaard is en voert aan dat de verjaringstermijn eerst is gaan lopen op 23 juni 2009 toen het hof tussenarrest wees. Toen is immers vast komen te staan dat [gedaagde 1] twee inhoudelijke gesprekken heeft gevoerd met advocaten in de Chipshol zaak en kon gesproken worden van onrechtmatig handelen c.q. onrechtmatig procederen door [gedaagde 1]. Subsidiair is er vanaf het moment van dagvaarden door [gedaagde 1] sprake van voortdurend onrechtmatig handelen en voortdurende schade en gaat de verjaringstermijn “deel voor deel” lopen op het moment dat de schade daadwerkelijk wordt geleden. Voorts heeft [eiser] in de processtukken in de procedure van [gedaagde 1] tegen [eiser] voldoende duidelijk gemaakt dat hij de door hem geleden schade wenste te verhalen c.q. zou verhalen en heeft hij daarmee de verjaring gestuit. Als laatste voert [eiser] aan dat een beroep op verjaring door gedaagden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f0fa3ffbd8d13cd1364cb09df93e536ad24e8938b5e82c6bc7e0ff40048bbee7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f0fa3ffbd8d13cd1364cb09df93e536ad24e8938b5e82c6bc7e0ff40048bbee7, en de alinea staat in dat document op bytes 113649 tot 114666.