Citaat | Rechtbank 's-Gravenhage 9 maart 2011

Alinea 338 Rechtbank 's-Gravenhage 9 maart 2011

Een alinea uit Rechtbank 's-Gravenhage 9 maart 2011, ECLI:NL:RBSGR:2011:BP7073.

7.3. De rechtbank stelt bij de beoordeling voorop dat op grond van artikel 3:310 eerste lid Burgerlijk Wetboek (hierna “BW)” een rechtsvordering tot vergoeding van schade verjaart na vijf jaar. De verjaringstermijn vangt aan op de dag volgend op die waarop de benadeelde zowel met de schade als met de daarvoor aansprakelijke persoon bekend is geworden en daadwerkelijk in staat is een vordering in te stellen. Daarvan zal sprake zijn als de benadeelde voldoende zekerheid – die niet een absolute zekerheid behoeft te zijn – heeft verkregen dat de schade is veroorzaakt door tekortschietend of foutief handelen van de betrokken persoon. Het voorgaande betekent dat het antwoord op de vraag op welk tijdstip de verjaringstermijn is gaan lopen afhankelijk is van alle ter zake dienende omstandigheden (HR 9 juli 2010, LJN: BM1688).Voor aanvang van de verjaringstermijn is voorts niet vereist dat de benadeelde daadwerkelijk bekend is met de juridische beoordeling van de feiten en omstandigheden waaruit voor hem de schade voortvloeit.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f0fa3ffbd8d13cd1364cb09df93e536ad24e8938b5e82c6bc7e0ff40048bbee7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f0fa3ffbd8d13cd1364cb09df93e536ad24e8938b5e82c6bc7e0ff40048bbee7, en de alinea staat in dat document op bytes 114686 tot 115742.