Citaat | Rechtbank 's-Gravenhage 9 maart 2011
Alinea 340 Rechtbank 's-Gravenhage 9 maart 2011
Een alinea uit Rechtbank 's-Gravenhage 9 maart 2011, ECLI:NL:RBSGR:2011:BP7073.
[eiser] heeft verklaard in ieder geval op de hoogte te zijn geweest van één inhoudelijk gesprek met [gedaagde 1], te weten het gesprek dat hij zelf met [gedaagde 1] had op 6 december 1994. Blijkens hetgeen [eiser] hierover tijdens de comparitie op 8 september 2004 ten overstaan van de rechtbank Rotterdam heeft verklaard, heeft hij in dat gesprek met [gedaagde 1] en de secretaresse van [gedaagde 1] gehoord dat [gedaagde 1] op dat moment in 1994 ook telefonisch contact had gehad met andere advocaten. [eiser] kon hierover geen absolute zekerheid hebben omdat die vermeende gesprekken niet in zijn bijzijn zijn gevoerd. In de procedure bij de rechtbank Rotterdam zijn schriftelijke verklaringen overgelegd van de andere advocaten die in 1994 optraden in een Chipshol-zaak, waarin zij - kort gezegd - verklaren geen telefonisch contact met [gedaagde 1] voorafgaand aan de zitting op 8 december 1994 te hebben gehad, dan wel daarover geen duidelijke herinnering te hebben. Zie hiervoor onder r.o. 2.8 (r.o. 3.15 van het vonnis van de rechtbank Rotterdam).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f0fa3ffbd8d13cd1364cb09df93e536ad24e8938b5e82c6bc7e0ff40048bbee7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f0fa3ffbd8d13cd1364cb09df93e536ad24e8938b5e82c6bc7e0ff40048bbee7, en de alinea staat in dat document op bytes 115959 tot 117029.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f0fa3ffbd8d13cd1364cb09df93e536ad24e8938b5e82c6bc7e0ff40048bbee7 | shasum -a 256