Citaat | Rechtbank 's-Gravenhage 9 maart 2011

Alinea 341 Rechtbank 's-Gravenhage 9 maart 2011

Een alinea uit Rechtbank 's-Gravenhage 9 maart 2011, ECLI:NL:RBSGR:2011:BP7073.

Voorts is [naam 13] in de procedure bij de rechtbank Rotterdam gehoord als getuige en heeft hij verklaard over de inhoud van zijn gesprek met [gedaagde 1] in 1997, zoals hiervoor weergegeven onder r.o. 2.8 (r.o. 3.8 van het vonnis van de rechtbank Rotterdam). Alhoewel er reeds bekendheid was gegeven aan dit gesprek in de ingezonden brieven van [naam 2] en persrechter [naam 1] van de rechtbank –s-Gravenhage in NRC Handelsblad van 19 april 1997, is niet gebleken dat er bij [eiser] voldoende zekerheid bestond omtrent dit gesprek, nu [eiser] ook over dit gesprek geen directe wetenschap had. Aldus waren de relevante feiten voor [eiser] ten tijde van de door [gedaagde 1] uitgebrachte dagvaarding niet, of in elk geval onvoldoende duidelijk. Bij deze stand van zaken kan niet worden gesteld dat bij [eiser] op 19 april 2004 (de datum van dagvaarden door [gedaagde 1]) voldoende zekerheid bestond over de relevante feiten en ook niet dat [eiser] over voldoende zekerheid beschikte dat de door hem gestelde schade is veroorzaakt door tekortschietend of foutief handelen van [gedaagde 1].

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f0fa3ffbd8d13cd1364cb09df93e536ad24e8938b5e82c6bc7e0ff40048bbee7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f0fa3ffbd8d13cd1364cb09df93e536ad24e8938b5e82c6bc7e0ff40048bbee7, en de alinea staat in dat document op bytes 117037 tot 118139.