Citaat | Rechtbank 's-Gravenhage 27 juni 2012

Alinea 59 Rechtbank 's-Gravenhage 27 juni 2012

Een alinea uit Rechtbank 's-Gravenhage 27 juni 2012, ECLI:NL:RBSGR:2012:BX2249.

23. Naar aanleiding van het arrest van het Hof van Justitie van 11 juni 2009, X en E.H.A. Passenheim-van Schoot, C-155/08 en C-157/08, BNB 2009/222, heeft de Hoge Raad in zijn arresten van 26 februari 2010, nrs. 43 050bis en 43 670bis, LJN: BJ9092 en BJ9120, regels geformuleerd die in verband met het door het Hof van Justitie genoemde evenredigheidsbeginsel in acht moeten worden genomen bij het opleggen van een navorderingsaanslag met gebruikmaking van de verlengde navorderingstermijn op een tijdstip waarop de ten aanzien van binnenlandse tegoeden geldende vijfjaarstermijn is verstreken. Op grond van deze regels moet, na het verkrijgen van aanwijzingen van het bestaan van de in het buitenland aangehouden spaartegoeden, het tijdsverloop worden aanvaard dat noodzakelijkerwijs is gemoeid met:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f8db339ed370f33e2e821309c8e9e61159d47e7e236c58e36a56073296168647. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f8db339ed370f33e2e821309c8e9e61159d47e7e236c58e36a56073296168647, en de alinea staat in dat document op bytes 17453 tot 18266.