Citaat | Rechtbank 's-Hertogenbosch 28 maart 2007

Alinea 102 Rechtbank 's-Hertogenbosch 28 maart 2007

Een alinea uit Rechtbank 's-Hertogenbosch 28 maart 2007, ECLI:NL:RBSHE:2007:BA2126.

4.4. Het beding van artikel 7 van de koopovereenkomst, hierna ook kortweg aangeduid als het concurrentiebeding, verbiedt verkoper en aandeelhouders niet alleen het betrokken zijn of belang hebben bij concurrerende activiteiten, maar ook meer in het bijzonder het in dienst nemen of anderszins werkzaamheden laten verrichten door werknemers van de verkochte vennootschappen, en het ondernemen van activiteiten met betrekking tot afnemers van de verkochte vennootschappen. (De rechtbank merkt op dat hoewel de letterlijke tekst van artikel 7 geen verbod bevat, dit artikel wel zo is bedoeld en door partijen ook als een verbodsbepaling wordt gelezen, waarin de rechtbank hen volgt). De drie in het concurrentiebeding opgenomen verboden treden voor de verkoper Nederveen Holding BV direct vanaf de datum van overdracht in werking voor een tijdsduur van vijf jaar. Voor elk van de aandeelhouders, die na de overdracht (opnieuw) in dienst zijn getreden van de verkochte vennootschappen, gelden dezelfde drie verboden uit het concurrentiebeding, maar deze treden voor hen eerst in werking na beëindiging van de arbeidsrelatie.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8d3a1513cf5086f8a40b22ba2c7083947c6bb1ee7dda93b7d1218a5335f94c72. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8d3a1513cf5086f8a40b22ba2c7083947c6bb1ee7dda93b7d1218a5335f94c72, en de alinea staat in dat document op bytes 27611 tot 28746.