Citaat | Rechtbank 's-Hertogenbosch 28 maart 2007
Alinea 110 Rechtbank 's-Hertogenbosch 28 maart 2007
Een alinea uit Rechtbank 's-Hertogenbosch 28 maart 2007, ECLI:NL:RBSHE:2007:BA2126.
4.12. Ter weerlegging van dit verweer voert Heijmans onder meer aan dat het concurrentiebeding voor zover dat geldt tussen haar en [gedaagde] niet kan worden gekwalificeerd als een 'overeenkomst tussen ondernemingen' in de zin van artikel 6 lid 1 Mw, omdat [gedaagde] bij het aangaan hiervan niet optrad als onderneming maar als privé-persoon. De geldigheid van het beding is gekoppeld aan de wijze van beëindiging van het dienstverband, wat tot uitdrukking brengt dat de daarin opgenomen verplichting het karakter heeft van die van een privé-persoon en toekomstig werknemer, aldus Heijmans. Heijmans wijst er op dat [gedaagde] de vennootschappen met de daarbij horende bedrijfsactiviteiten en winstpotentie heeft verkocht en dat hij zijn latere privé-activiteiten bovendien niet als zelfstandige heeft verricht, maar in dienst van zijn privé-vennootschappen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8d3a1513cf5086f8a40b22ba2c7083947c6bb1ee7dda93b7d1218a5335f94c72. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8d3a1513cf5086f8a40b22ba2c7083947c6bb1ee7dda93b7d1218a5335f94c72, en de alinea staat in dat document op bytes 36532 tot 37410.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8d3a1513cf5086f8a40b22ba2c7083947c6bb1ee7dda93b7d1218a5335f94c72 | shasum -a 256