Citaat | Rechtbank 's-Hertogenbosch 28 maart 2007

Alinea 116 Rechtbank 's-Hertogenbosch 28 maart 2007

Een alinea uit Rechtbank 's-Hertogenbosch 28 maart 2007, ECLI:NL:RBSHE:2007:BA2126.

Heijmans stelt dat met het beding bedoeld is te voorkomen dat [gedaagde] de kennis en ervaring die hij bij de Nederveen-vennootschappen heeft opgedaan na beëindiging van zijn dienstverband gebruikt om de Nederveen-vennootschappen concurrentie aan te doen. Heijmans meent dat hier sprake is van een uit mededingingsrechtelijk oogpunt geoorloofd doel en verwijst hierbij naar het arrest van het EG-Hof van 11 juli 1985 (Remia-arrest). Heijmans stelt dat een beding bovendien slechts verboden is ingevolge artikel 6 Mw indien het de mededinging merkbaar beperkt. Volgens Heijmans is hier van een dergelijke merkbaarheid geen sprake, omdat het een eenzijdig beding betreft en de activiteiten van [gedaagde], met een marktaandeel van ongeveer 3 %, van een te ondergeschikt belang zijn om een merkbaar effect op de markt teweeg te brengen. Dat de gezamenlijke omzet van partijen bij het aangaan van het beding meer bedroeg dan de drempel van artikel 7 Mw betekent volgens Heijmans niet dat het beding de mededinging merkbaar beperkt, nu artikel 7 Mw geen uitwerking is van het merkbaarheidsvereiste van artikel 6 Mw. Van een nevenrestrictie als bedoeld in artikel 10 Mw is volgens Heijmans hier geen sprake. Heijmans concludeert dan ook dat er sprake is van een geldig beding.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8d3a1513cf5086f8a40b22ba2c7083947c6bb1ee7dda93b7d1218a5335f94c72. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8d3a1513cf5086f8a40b22ba2c7083947c6bb1ee7dda93b7d1218a5335f94c72, en de alinea staat in dat document op bytes 42681 tot 43965.