Citaat | Rechtbank 's-Hertogenbosch 28 maart 2007

Alinea 124 Rechtbank 's-Hertogenbosch 28 maart 2007

Een alinea uit Rechtbank 's-Hertogenbosch 28 maart 2007, ECLI:NL:RBSHE:2007:BA2126.

Het verbod van artikel 6 Mw is ontleend aan artikel 85 EG-Verdrag, waarin ook geen merkbaarheidseis is opgenomen. Het EG-Hof heeft in zijn jurisprudentie echter uitgemaakt dat het verbod van artikel 85 EG-Verdrag alleen van toepassing is indien er sprake is van merkbaarheid. Een afspraak is volgens het EG-Hof niet 'merkbaar' indien deze een onbetekenend effect heeft op de markt vanwege de zwakke positie van de betrokken ondernemingen op die markt. In de Memorie van Toelichting bij de Mw onder 5.1.3 is verwezen naar de jurisprudentie van het EG-Hof. Zoals de nationale wetgever aangeeft, ligt het in de rede het verbod van artikel 6 Mw te interpreteren in overeenstemming met deze jurisprudentie van het EG-Hof en aan te nemen dat alleen afspraken die in zekere mate effect hebben op de mededinging onder de werkingssfeer van artikel 6 Mw vallen. Dat dit merkbaarheidsvereiste in alle gevallen geldt, is verklaarbaar gelet op het doel van de mededingingswetgeving. Een afspraak die niet merkbaar is, levert immers geen gevaar op voor een gezonde marktwerking en hoeft daarom niet onder het verbod te vallen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8d3a1513cf5086f8a40b22ba2c7083947c6bb1ee7dda93b7d1218a5335f94c72. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8d3a1513cf5086f8a40b22ba2c7083947c6bb1ee7dda93b7d1218a5335f94c72, en de alinea staat in dat document op bytes 48309 tot 49435.