Citaat | Rechtbank 's-Hertogenbosch 28 maart 2007

Alinea 129 Rechtbank 's-Hertogenbosch 28 maart 2007

Een alinea uit Rechtbank 's-Hertogenbosch 28 maart 2007, ECLI:NL:RBSHE:2007:BA2126.

4.26. Op de te gelasten comparitie zal de rechtbank tevens, eventueel aan de hand van een voorlopig oordeel over (een onderdeel van) de zaak, met partijen bespreken hoe de verdere gang van de procedure moet zijn. De rechtbank zal met het oog daarop van partijen hun standpunten willen vernemen over onder meer de vraag op welke partij de bewijslast rust ter zake van de merkbaarheid van het beding, of het voor de beoordeling van de merkbaarheid nodig is een of meer deskundigen in te schakelen en zo ja, welke specifieke deskundigheid hiervoor is vereist en welke vragen aan deze deskundige(n) zouden moeten worden voorgelegd. Partijen kunnen hun standpunten hieromtrent eventueel reeds toelichten in de hiervoor onder 4.25 bedoelde akte die zij zullen nemen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8d3a1513cf5086f8a40b22ba2c7083947c6bb1ee7dda93b7d1218a5335f94c72. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8d3a1513cf5086f8a40b22ba2c7083947c6bb1ee7dda93b7d1218a5335f94c72, en de alinea staat in dat document op bytes 53756 tot 54530.