Citaat | Rechtbank Utrecht 18 december 2001
Alinea 51 Rechtbank Utrecht 18 december 2001
Een alinea uit Rechtbank Utrecht 18 december 2001, ECLI:NL:RBUTR:2001:AD7269.
3.9. Daarbij wordt ten overvloede nog opgemerkt dat de vordering, indien de Stichting c.s. daarin wel ontvankelijk geweest zouden zijn, naar voorlopig oordeel niet tot toewijzing geleid zou kunnen hebben. Allereerst zou van een voldoende spoedeisend belang niet gesproken kunnen worden, nu de spoedeisendheid volgens de Stichting c.s. uitsluitend is gelegen in de levens-verwachting van de huidige Paus en de rechtens relevante betekenis daarvan onvoldoende is aangetoond. Voorts zou vooralsnog gelden dat een in dezen - beweerd - absoluut recht op informatie geen grondslag vindt in het in Neder-land geldende recht. Ten slotte zou geoordeeld zijn dat de vordering zoals thans geformuleerd, niet voldoende bepaald is om voor volledige toewijzing vatbaar te kunnen zijn.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d045a7c8a16b553e635a323aeceaf2972e56aa4a5f9b6bc5ad824a06615c37f1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d045a7c8a16b553e635a323aeceaf2972e56aa4a5f9b6bc5ad824a06615c37f1, en de alinea staat in dat document op bytes 12985 tot 13769.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d045a7c8a16b553e635a323aeceaf2972e56aa4a5f9b6bc5ad824a06615c37f1 | shasum -a 256