Citaat | Rechtbank Utrecht 28 januari 2004

Alinea 92 Rechtbank Utrecht 28 januari 2004

Een alinea uit Rechtbank Utrecht 28 januari 2004, ECLI:NL:RBUTR:2004:AO2910.

Tussen partijen staat onbetwist vast dat in de overeenkomst is bepaald dat de eigendom van de effecten op [eiser] overgaat door vervulling van de opschortende voorwaarde dat [eiser] aan al zijn verplichtingen uit de overeenkomst heeft voldaan (zie 2.5. en 2.6.). De rechtbank is van oordeel dat reeds voorafgaand aan deze mogelijke eigendomsoverdracht een aflevering van de effecten heeft plaatsgevonden. Dexia zoekt voor de uitleg van de term aflevering aansluiting bij artikel 7:9 lid 2 en lid 3 BW. Hiermee gaat zij er echter aan voorbij dat laatstgenoemd artikel over zaken handelt en niet rechtstreeks voor vermogensrechten is geschreven en dat bij vermogensrechten het onderscheid tussen aflevering en levering weinig betekenis heeft (zie: MvA II, Parlementaire geschiedenis van het nieuwe Burgerlijk Wetboek Boek 7, (eind)redactie C.J. van Zeben en J.W. du Pon, Deventer 1991, p. 97 - 98). Levering van effecten vindt niet in stoffelijke vorm plaats, maar ingevolge artikel 17 Wet giraal effectenverkeer (hierna: Wge) door middel van bijschrijving op naam van de verkrijger in de administratie van de betrokken instelling. Dexia heeft erkend dat Labouchere overeenkomstig artikel 2 van de bijzondere voorwaarden (zie 2.6.) onverwijld na aanschaf door haar van de effecten, deze effecten ten name van [eiser] heeft bijgeschreven in haar, ingevolge artikel 17 Wge aangehouden boekhouding. Hiermee is de (af)levering voltooid. Daarnaast is de rechtbank van oordeel dat [eiser] bij het sluiten van de overeenkomst wel degelijk het voor koop op afbetaling en huurkoop kenmerkende gebruiksrecht heeft verkregen, zodat de stelling van Dexia dat [eiser] slechts een zuiver voorwaardelijk recht op de eigendom van de aandelen heeft verkregen, dient te worden verworpen. Ingevolge artikel 3 van de bijzondere voorwaarden draagt [eiser] immers het economisch risico met betrekking tot de koersverschillen van de effecten, komen hem het dividend en de andere baten van de effecten toe en is hij degene die in het geval van een keuzedividend de keuze bepaalt. Het feit dat [eiser] inge-volge artikel 2 van de bijzondere voorwaarden (zie 2.6.) niet bevoegd is om over de effec-ten te beschikken behoudens met voorafgaande toestemming van Dexia, maakt het voorgaande niet anders. Het recht om het goed waarop de huurkoop betrekking heeft te vervreemden of te bezwaren, behoort niet tot het gebruiksrecht dat een huurkoper voorafgaand aan de eigendomsverkrijging toekomt. De huurkoper is immers uit de aard van de huurkoopovereenkomst, gelet op het eigendomsvoorbehoud, beschikkingsonbevoegd. In dit verband wijst de rechtbank ook op artikel 7a:1576m BW, welk artikel is toegespitst op zaken, maar via artikel 7a:1576 lid 5 BW ook bij huurkoop van vermogensrechten betekenis heeft. Uit eerstgenoemd artikel volgt dat het gebruiksrecht bij huurkoop in be-ginsel beperkt is tot een gebruik overeenkomstig de bestemming van het huurkoopobject, waarbij de huurkoper onder meer niet is gerechtigd over te gaan tot verhuur en het afstaan van zijn genot aan anderen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a4db83311da1a989981c9539ec66d128288dcc335a8fcf0021235879188a2f87. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a4db83311da1a989981c9539ec66d128288dcc335a8fcf0021235879188a2f87, en de alinea staat in dat document op bytes 19666 tot 22729.