Citaat | Rechtbank Utrecht 7 juli 2004

Alinea 170 Rechtbank Utrecht 7 juli 2004

Een alinea uit Rechtbank Utrecht 7 juli 2004, ECLI:NL:RBUTR:2004:AP7092.

Nu de bewijslast dat de tekortkoming geen ontbinding rechtvaardigt, rust op de tekortschietende partij, zal Spaarbeleg in de gelegenheid worden gesteld bewijs te leveren van haar stelling dat [eisers] de SprintPlan-overeenkomsten ook zouden hebben gesloten, indien Spaarbeleg hen wel op de aan het SprintPlan verbonden risico's had gewezen. In het kader van deze bewijslevering zal onder meer van belang zijn of [tussenpersoon] - zoals hij in zijn door Spaarbeleg overlegde verklaring heeft gesteld - [eisers] uitdrukkelijk op de omvang van de financiële risico’s heeft gewezen, en of [eisers] desondanks tot het afsluiten van de vijf SprintPlan-overeenkomsten zijn overgegaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c29e306f1271e16ced43abc1da1a55fc25da08873ac10bdb9cf5b1de625883d4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c29e306f1271e16ced43abc1da1a55fc25da08873ac10bdb9cf5b1de625883d4, en de alinea staat in dat document op bytes 40117 tot 40811.