Citaat | Rechtbank Utrecht 14 mei 2004

Alinea 33 Rechtbank Utrecht 14 mei 2004

Een alinea uit Rechtbank Utrecht 14 mei 2004, ECLI:NL:RBUTR:2004:AR3086.

Eiser voert aan dat verweerder onzorgvuldig heeft gehandeld door pas na tien maanden een besluit te nemen op zijn bezwaarschrift. De afwijzende beschikking acht eiser volstrekt onvoldoende gemotiveerd. De artikelen 10 en 11 van de WOB geven duidelijk aan dat hij recht heeft op afgifte van de stukken nu zich geen van de in de artikelen genoemde omstandigheden voordoen. Eiser stelt zich op het standpunt dat artikel 11 van de Wahv een regeling bevat voor het ter inzage leggen van stukken die betrekking hebben op een ingediend beroepschrift tegen een beschikking op grond van de Wahv. Er is derhalve geen sprake van een uitputtende openbaarmakingsregeling die de werking van de WOB zou uitsluiten. Eiser bestrijdt het standpunt van verweerder dat een stelselmatig toepassing van de WOB een goede uitvoering van de Wahv zou kunnen belemmeren. Onder verwijzing naar een brief van het Bureau Verkeershandhaving Openbaar Ministerie (BOVM) van 17 september 2002, waarin inzake een soortgelijk verzoek als dat van eiser wel tot afgifte van de stukken wordt overgegaan, doet eiser een beroep op het gelijkheidsbeginsel. Daarbij merkt eiser op dat zijn bezwaarschrift dateerde van vóór de brief van 17 september 2002, zodat hij van mening is dat verweerder onredelijk handelt door na een onevenredig lange bezwaartermijn zijn eerder ingenomen standpunt ten aanzien van het overleggen van stukken te verlaten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ed4bf0391e1372c4295e421399dd0a9e6acf6f13d940e2b0f8efc69fb4e96cfc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ed4bf0391e1372c4295e421399dd0a9e6acf6f13d940e2b0f8efc69fb4e96cfc, en de alinea staat in dat document op bytes 9781 tot 11199.