Citaat | Rechtbank Utrecht 26 januari 2005
Alinea 48 Rechtbank Utrecht 26 januari 2005
Een alinea uit Rechtbank Utrecht 26 januari 2005, ECLI:NL:RBUTR:2005:AS4156.
8. In het voetspoor van het vonnis van de rechtbank Amsterdam d.d. 30 juni 2004, NJF 2004, 410 en van de daaromtrent gedane uitspraken van de Klachtencommissie van het DSI d.d. 5 februari 2004, NJF 2004, 446 is de kantonrechter van oordeel dat Dexia bij het aanbieden van de Winstverdriedubbelaar gehouden was aan de in de NR gecodificeerde bijzondere zorgplicht. Daaraan doet niet af dat Dexia een kant-en-klaar effectenproduct aan een breed publiek aanbood. De stelling van Dexia dat de NR onverbindend is treft geen doel, reeds omdat de daarin neergelegde regels ook volgen uit het gewone recht. De Hoge Raad heeft in zijn arrest van 9 januari 1998, NJ 1999, 285, JOR 1998, 116, beslist “dat de maatschappelijke functie van de banken een bijzondere zorgplicht meebrengt, zowel jegens haar cliënten uit hoofde van de met hen bestaande contractuele verhou-ding, als ten opzichte van derden met wier belangen zij rekening behoort te houden op grond van hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt”.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1cada5a269ea0bcbc66309c0c366cd564aa2e3493952134a5b6cf48476eb8247. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1cada5a269ea0bcbc66309c0c366cd564aa2e3493952134a5b6cf48476eb8247, en de alinea staat in dat document op bytes 13670 tot 14717.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/1cada5a269ea0bcbc66309c0c366cd564aa2e3493952134a5b6cf48476eb8247 | shasum -a 256