Citaat | Rechtbank Utrecht 26 januari 2005

Alinea 49 Rechtbank Utrecht 26 januari 2005

Een alinea uit Rechtbank Utrecht 26 januari 2005, ECLI:NL:RBUTR:2005:AS4156.

9. Dexia had zich op de voet van het bepaalde in art. 28 NR tenminste rekenschap be-horen te geven van de vraag of [gedaagde in conventie] als haar potentiële wederpartij naar redelijke ver-wachting over voldoende bestedingsruimte zou beschikken om aan de uit het contract voortvloeiende verplichtingen te voldoen. Dat heeft zij niet gedaan. Zij heeft in ieder geval ten aanzien van het onderzoek naar de bij [gedaagde in conventie] te verwachten bestedingsruimte ontoereikende zorg betracht, omdat zij slechts heeft onderzocht of [gedaagde in conventie] geregistreerd stond bij het BKR. Met de resultaten van het onderzoek bij het BKR heeft Dexia boven-dien niets gedaan. [gedaagde in conventie] heeft namelijk gemotiveerd gesteld dat in 1999 op haar naam bij het BKR diverse schulden geregistreerd stonden. Dexia heeft deze stelling alleen bij gebrek aan wetenschap betwist (punt 25 dupliek in reconventie). Dat is onvoldoende. Het had op de weg van Dexia gelegen om haar betwisting te onderbouwen, bijvoorbeeld met de opgave die destijds door het BKR aan haar is gedaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1cada5a269ea0bcbc66309c0c366cd564aa2e3493952134a5b6cf48476eb8247. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1cada5a269ea0bcbc66309c0c366cd564aa2e3493952134a5b6cf48476eb8247, en de alinea staat in dat document op bytes 14737 tot 15824.