Citaat | Rechtbank Utrecht 26 januari 2005

Alinea 71 Rechtbank Utrecht 26 januari 2005

Een alinea uit Rechtbank Utrecht 26 januari 2005, ECLI:NL:RBUTR:2005:AS4156.

Tussen partijen staat vast dat Dexia ten tijde van het aangaan van de onderhavige over-eenkomst niet over een vergunning als bedoeld in art. 9 WCK beschikte. Als de hoogte van het geleende bedrag geen belemmering zou zijn, dan zou de overeenkomst ingevol-ge art. 3:40 lid 2 Burgerlijk Wetboek (BW) nietig zijn wegens strijd met een dwingende wetsbepaling. De overeenkomst tussen partijen zou nietig zijn, en niet vernietigbaar, omdat artikel 9 WCK niet uitsluitend ziet op de bescherming van een van de partijen bij de overeenkomst. Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat het vergunningenstelsel ook strekt ter bescherming van een algemeen belang en wel een goed functionerende markt voor consumentenkredieten. Nu de WCK wel mede beoogt consumenten te beschermen te-gen onvoldoende informatie en ondeskundig optreden is er geen reden om te veronder-stellen dat de uitzondering van artikel 3:40 lid 3 BW (de wetsbepaling heeft niet de strek-king de geldigheid van de daarmee strijdige rechtshandelingen aan te tasten) van toe-passing is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1cada5a269ea0bcbc66309c0c366cd564aa2e3493952134a5b6cf48476eb8247. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1cada5a269ea0bcbc66309c0c366cd564aa2e3493952134a5b6cf48476eb8247, en de alinea staat in dat document op bytes 24670 tot 25716.