Citaat | Rechtbank Utrecht 26 januari 2005

Alinea 74 Rechtbank Utrecht 26 januari 2005

Een alinea uit Rechtbank Utrecht 26 januari 2005, ECLI:NL:RBUTR:2005:AS4156.

Vast staat dat [gedaagde in conventie] geld in aandelen heeft willen steken en dus heeft geweten, althans heeft behoren te weten, dat daaraan het risico van waardedaling is verbonden. Nu het risico van waardedaling zich heeft gerealiseerd zou het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zijn dat de overeenkomst met terugwerkende kracht ge-heel ten nadele van Dexia teniet zou worden gedaan. Aannemelijk is immers dat de eventuele nietigheid van de overeenkomst in rechte alleen aan de orde is gekomen doordat de aandelen sterk in waarde zijn gedaald. De waardedaling zou dan ook voor een deel voor rekening van [gedaagde in conventie] dienen te blijven, doch niet verder dan voor het deel waarvan aannemelijk is dat zij het risico heeft kunnen overzien, in deze gelijk te stellen aan het bedrag van de betaalde maandtermijnen aan rente.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1cada5a269ea0bcbc66309c0c366cd564aa2e3493952134a5b6cf48476eb8247. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1cada5a269ea0bcbc66309c0c366cd564aa2e3493952134a5b6cf48476eb8247, en de alinea staat in dat document op bytes 26774 tot 27648.