Citaat | Rechtbank Utrecht 2 februari 2005
Alinea 40 Rechtbank Utrecht 2 februari 2005
Een alinea uit Rechtbank Utrecht 2 februari 2005, ECLI:NL:RBUTR:2005:AS5144.
Hetgeen in r.o. 2.3 is overwogen brengt met zich dat de rechtbank dient te beoordelen of het beroep van [gedaagde] op de bewijsovereenkomst die partijen hebben gesloten (en het hieruit voortvloeiende bezwaar tegen het horen van getuigen omtrent hetgeen partijen tijdens de mediation ten aanzien van doel en strekking van de vaststellingsovereenkomst naar voren hebben gebracht of doen brengen), afgezet tegen het belang van de materiële waarheidsvinding, gehonoreerd dient te worden. De rechtbank acht voor deze beoordeling het volgende van belang.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/44bf3c641a7de6fd82f19c2cc82699b50f5b338ad276a4d6c161c8c69e1c8129. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 44bf3c641a7de6fd82f19c2cc82699b50f5b338ad276a4d6c161c8c69e1c8129, en de alinea staat in dat document op bytes 12482 tot 13044.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/44bf3c641a7de6fd82f19c2cc82699b50f5b338ad276a4d6c161c8c69e1c8129 | shasum -a 256