Citaat | Rechtbank Utrecht 2 februari 2005

Alinea 53 Rechtbank Utrecht 2 februari 2005

Een alinea uit Rechtbank Utrecht 2 februari 2005, ECLI:NL:RBUTR:2005:AS5144.

Het geheel overziende komt de rechtbank tot de conclusie dat [eiser] en de rechtbank gebonden zijn aan de tussen partijen in het kader van de mediation gesloten bewijsovereenkomst, zodat de rechtbank geen getuigen zal horen omtrent hetgeen in het kader van de mediation tussen partijen is besproken of anderszins aan de orde is gekomen of vastgelegd. Nu niet gesteld of gebleken is dat [eiser] in staat is het bewijs van zijn stellingen anders te leveren dan door middel van het verstrekken van informatie die valt onder het geheimhoudingsbeding (de bewijsovereenkomst) zou naar het oordeel van de rechtbank in deze zaak een eindvonnis kunnen worden gewezen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/44bf3c641a7de6fd82f19c2cc82699b50f5b338ad276a4d6c161c8c69e1c8129. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 44bf3c641a7de6fd82f19c2cc82699b50f5b338ad276a4d6c161c8c69e1c8129, en de alinea staat in dat document op bytes 17050 tot 17722.