Citaat | Rechtbank Utrecht 13 juli 2005
Alinea 94 Rechtbank Utrecht 13 juli 2005
Een alinea uit Rechtbank Utrecht 13 juli 2005, ECLI:NL:RBUTR:2005:AT9364.
Al deze feiten hebben zich - behoudens de laatste, voor zover het de advisering aan [eisers sub 1 en 2] betreft - voorgedaan voordat [eisers] zijn overgegaan tot het investeren in de producten van NWI, zodat [DvdF] ook deze feiten aan hen had kunnen en moeten mededelen. Het had [DvdF] vervolgens vrijgestaan om daarbij aan te geven dat het besluit tot het geven van de aanwijzingen of het plaatsen op de waarschuwingslijst onterecht waren. Bijvoorbeeld, omdat er onvoldoende gegevens waren om te concluderen dat NWI als een uitgevende instelling in de zin van de Wte diende te worden aangemerkt, hetgeen de grond vormde voor het College van Beroep voor het Bedrijfsleven (oordelende in hoger beroep over de besluiten van de AFM) om de beslissing tot ongegrond verklaring van het bezwaar van NWI uiteindelijk bij uitspraak van 29 april 2004 te vernietigen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8d0696cdb0ab3aa7feb0d8b6e18d32c0347b8145fbedb5462ce1973e9b18d721. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8d0696cdb0ab3aa7feb0d8b6e18d32c0347b8145fbedb5462ce1973e9b18d721, en de alinea staat in dat document op bytes 18236 tot 19106.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8d0696cdb0ab3aa7feb0d8b6e18d32c0347b8145fbedb5462ce1973e9b18d721 | shasum -a 256