Citaat | Rechtbank Utrecht 25 januari 2006
Alinea 88 Rechtbank Utrecht 25 januari 2006
Een alinea uit Rechtbank Utrecht 25 januari 2006, ECLI:NL:RBUTR:2006:AV0662.
3.2 De curator heeft aan zijn vordering ten grondslag gelegd dat [De N] ten tijde van het aangaan van de overeenkost van geldlening en de twee pandrechtovereenkomsten niet bevoegdelijk was vertegenwoordigd zodat zij niet aan die overeenkomsten is gebonden. Daartoe is aangevoerd dat op grond van de statuten een aanwijzingsbesluit genomen had moeten worden door de algemene vergadering van aandeelhouders van [De N] of de algemene vergadering van [De N Beheer], omdat er sprake is van tegenstrijdig belang nu [B] zowel namens [De N] en [De N Beheer] als namens Bovast deze drie overeenkomsten is aangegaan. Bovast dient dan ook de door haar krachtens deze overeenkomsten van debiteuren van [De N] ontvangen bedragen aan de curaotor af te dragen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5cdca8f5a9dbcd565c979c9223ecad3970f8bbfae7bc84650b38431b92a4b6c1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5cdca8f5a9dbcd565c979c9223ecad3970f8bbfae7bc84650b38431b92a4b6c1, en de alinea staat in dat document op bytes 16778 tot 17537.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/5cdca8f5a9dbcd565c979c9223ecad3970f8bbfae7bc84650b38431b92a4b6c1 | shasum -a 256