Citaat | Rechtbank Utrecht 25 januari 2006

Alinea 96 Rechtbank Utrecht 25 januari 2006

Een alinea uit Rechtbank Utrecht 25 januari 2006, ECLI:NL:RBUTR:2006:AV0662.

4.4 Bovast heeft zich op het standpunt gesteld dat [B] niettemin bevoegd [De N] heeft vertegenwoordigd omdat er steeds is gehandeld met medeweten en medewerking van [W. de N], die enig aandeelhouder is van [De N] en [De N Beheer]. Bovast wijst in dat verband op de onder 2.9 weergegeven afspraken met [W. de N], die aan het sluiten van de overeenkomst van geldlening en het vestigen van de pandrechten zijn voorafgegaan, en op de statutenwijziging die weliswaar later is doorgevoerd, maar waartoe reeds ten tijde van het aangaan van de overeenkomst en het vestigen van de pandrechten was besloten. Een en ander betekent volgens Bovast dat is voldaan aan de bedoeling van de bepalingen omtrent de vertegenwoordiging bij tegenstrijdig belang.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5cdca8f5a9dbcd565c979c9223ecad3970f8bbfae7bc84650b38431b92a4b6c1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5cdca8f5a9dbcd565c979c9223ecad3970f8bbfae7bc84650b38431b92a4b6c1, en de alinea staat in dat document op bytes 20772 tot 21526.