Citaat | Rechtbank Utrecht 6 juni 2006
Alinea 37 Rechtbank Utrecht 6 juni 2006
Een alinea uit Rechtbank Utrecht 6 juni 2006, ECLI:NL:RBUTR:2006:AX8058.
In artikel 10:4, eerste lid, van de Awb is bepaald dat indien de gemandateerde niet werkzaam is onder verantwoordelijkheid van de mandaatgever, de mandaatverlening de instemming van de gemandateerde behoeft en in voorkomend geval van degene onder wiens verantwoordelijkheid hij werkt. Volgens de memorie van toelichting (Kamerstukken II 1993/94, 23700, nr. 3, p. 172) behelst de eis van instemming die in dit artikel is opgenomen geen vormvereiste. In veel gevallen ligt voorafgaand overleg voor de hand. Dit zal veelal uitlopen op schriftelijke instemming, maar van die instemming kan ook blijken uit de uitoefening van het mandaat. Het stellen van de eis dat de instemming schriftelijk wordt gegeven lijkt - aldus de memorie van toelichting - te zwaar.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f34f419915e651cb44eab5798ebd8a10119d8f24214149a6eb284e6718c8065c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f34f419915e651cb44eab5798ebd8a10119d8f24214149a6eb284e6718c8065c, en de alinea staat in dat document op bytes 14280 tot 15049.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f34f419915e651cb44eab5798ebd8a10119d8f24214149a6eb284e6718c8065c | shasum -a 256