Citaat | Rechtbank Utrecht 24 januari 2007

Alinea 129 Rechtbank Utrecht 24 januari 2007

Een alinea uit Rechtbank Utrecht 24 januari 2007, ECLI:NL:RBUTR:2007:AZ7231.

5.4. bepaalt dat [eiser sub. 1], [eiser sub. 2] en [eiser sub. 3], indien zij het bewijs niet door getuigen willen leveren maar door overlegging van bewijsstukken en / of door een ander bewijsmiddel, zij dit binnen twee weken na de datum van deze uitspraak schriftelijk aan de rechtbank - ter attentie van de secretaresse (mevrouw H. Alberts kamer A.2.16) - en aan de wederpartij moeten opgeven,

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9d8d7bc36c699e1ac5186f783d20997727abb40ce9e67426020787459901956e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9d8d7bc36c699e1ac5186f783d20997727abb40ce9e67426020787459901956e, en de alinea staat in dat document op bytes 48960 tot 49369.