Citaat | Rechtbank Utrecht 24 januari 2007
Alinea 89 Rechtbank Utrecht 24 januari 2007
Een alinea uit Rechtbank Utrecht 24 januari 2007, ECLI:NL:RBUTR:2007:AZ7231.
4.10. [Eiser c.s.] heeft aangevoerd dat hij de op het certificaat vermelde garantiewaarde heeft mogen opvatten als één van de essentialia van de overeenkomst, die niet opzij kunnen worden gezet door de Algemene Voorwaarden en waarnaar [eiser c.s.] geen onderzoek hoefde te verrichten. Hij heeft gesteld dat de Algemene Voorwaarden onredelijk bezwarend zijn, voor zover deze hem het recht ontnemen de door Spaarbeleg toegezegde garantiewaarde op te eisen. Hij doet een beroep op de vernietigbaarheid van de betreffende bepaling van de Algemene Voorwaarden. [eiser c.s.] gaat er hierbij van uit dat hij uit de garantiewaarde heeft mogen afleiden dat hij aan het einde van de looptijd recht zou hebben op een gegarandeerd spaarbedrag. Zoals uit hetgeen hiervoor is overwogen blijkt, mocht [eiser c.s.] er juist niet van uitgaan dat de overeenkomst een spaarproduct was, zodat hij er ook niet van uit mocht gaan dat hij aan het einde van de looptijd recht zou hebben op dit spaarbedrag. Dit volgt al uit het feit dat de hoogte van de garantiewaarde het totaal van de maandelijks betaalde bedragen in ruime mate overstijgt. Het beroep van [eiser c.s.] op vernietigbaarheid van de Algemene Voorwaarden gaat dan ook niet op.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9d8d7bc36c699e1ac5186f783d20997727abb40ce9e67426020787459901956e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9d8d7bc36c699e1ac5186f783d20997727abb40ce9e67426020787459901956e, en de alinea staat in dat document op bytes 24244 tot 25477.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/9d8d7bc36c699e1ac5186f783d20997727abb40ce9e67426020787459901956e | shasum -a 256