Citaat | Rechtbank Utrecht 23 april 2007

Alinea 105 Rechtbank Utrecht 23 april 2007

Een alinea uit Rechtbank Utrecht 23 april 2007, ECLI:NL:RBUTR:2007:BA5281.

2.19 Verweerder heeft ter zake van dit deel van het verzoek aangegeven dat de weigering om deze documenten openbaar te maken met name is gebaseerd op artikel 10, tweede lid, aanhef en onder e, van de Wob. Het betreft weliswaar het beroepsmatig functioneren van de betrokken militairen, maar het belang van openbaarmaking is ondergeschikt aan de eerbieding van de persoonlijke levenssfeer, aldus verweerder. Op basis van de Memorie van Toelichting bij artikel 10, derde lid, van de Wob heeft verweerder verder gesteld dat hij niet gehouden is tot het doen van navraag bij alle betrokken personen. Dit geldt zowel voor de militairen die ter plaatse aanwezig waren, als voor hen die niet ter plaatse waren, aldus verweerder, mede gelet op het voorkomen van onevenredig nadeel en het gevaar van een negatieve beïnvloeding van het verwerkingsproces.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/12ed82221fbc84457e8e69ce691f363e95ca7c1ed4a35ce18a2d7f174c9fd90b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 12ed82221fbc84457e8e69ce691f363e95ca7c1ed4a35ce18a2d7f174c9fd90b, en de alinea staat in dat document op bytes 38538 tot 39396.