Citaat | Rechtbank Utrecht 23 april 2007
Alinea 111 Rechtbank Utrecht 23 april 2007
Een alinea uit Rechtbank Utrecht 23 april 2007, ECLI:NL:RBUTR:2007:BA5281.
Ten aanzien van de overige documenten uit het BLS-archief wordt geoordeeld dat verweerder in onvoldoende mate heeft aangetoond dat deze niet in geanonimiseerde vorm openbaar gemaakt hadden kunnen worden. Ook hiervoor geldt dat dit niet anders wordt wanneer er niets overblijft na de anonimisering. Ten aanzien van de stukken waarbij verweerder zich heeft beroepen op het bepaalde in artikel 11, eerste lid, van de Wob merkt de rechtbank ten slotte nog op dat de enkele stelling dat geen toepassing kan worden gegeven aan het tweede lid van dit artikel onvoldoende is om de openbaarmaking te weigeren. Het ligt op de weg van verweerder om dienaangaande een kenbare belangenafweging te maken.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/12ed82221fbc84457e8e69ce691f363e95ca7c1ed4a35ce18a2d7f174c9fd90b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 12ed82221fbc84457e8e69ce691f363e95ca7c1ed4a35ce18a2d7f174c9fd90b, en de alinea staat in dat document op bytes 42564 tot 43267.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/12ed82221fbc84457e8e69ce691f363e95ca7c1ed4a35ce18a2d7f174c9fd90b | shasum -a 256