Citaat | Rechtbank Utrecht 23 april 2007

Alinea 70 Rechtbank Utrecht 23 april 2007

Een alinea uit Rechtbank Utrecht 23 april 2007, ECLI:NL:RBUTR:2007:BA5281.

2.8 Ten aanzien van 24 documenten heeft verweerder gesteld dat deze niet openbaar gemaakt kunnen worden aangezien het belang bij openbaarmaking niet opweegt tegen het voorkomen van onevenredig nadeel en de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van de hierin genoemde personen. Verder blijft van 16 van deze documenten geen relevante informatie meer over na anonimisering, aldus verweerder. De rechtbank is van oordeel dat verweerder zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat in dit geval de persoonlijke levenssfeer van de betrokken militairen in het geding is. Weliswaar volgt uit de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 18 december 2002 (gepubliceerd in JB 2003/40) dat, wanneer de informatie uitsluitend het beroepshalve functioneren van een bestuurder of ambtenaar betreft, de persoonlijke levenssfeer in het algemeen niet in het geding is, maar de documenten hebben betrekking op gebeurtenissen die voor de betrokken militairen zeer ingrijpend en voor een aantal van hen ook traumatiserend zijn geweest. De rechtbank acht voldoende aannemelijk dat de invloed van deze gebeurtenissen op het persoonlijke leven van de betrokken militairen zodanig is, dat niet kan worden gezegd dat de informatie uitsluitend betrekking heeft op het beroepshalve functioneren van de betreffende militairen. Verweerder heeft het voorkomen van onevenredig nadeel en de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van de hierin genoemde personen in redelijkheid zwaarder kunnen laten wegen dan het belang bij de openbaarmaking. Ook heeft verweerder kunnen afzien van het aan iedere afzonderlijke militair vragen van toestemming, als bedoeld in artikel 10, derde lid, van de Wob. Uit dit artikel volgt alleen dat de persoonlijke levenssfeer geen bescherming toekomt wanneer de betrokken persoon heeft ingestemd met een openbaarmaking. Daaruit vloeit geen verplichting voort om bij de betrokken personen daarnaar te informeren. De rechtbank acht echter onvoldoende gemotiveerd om welke redenen de betreffende documenten niet gedeeltelijk openbaar kunnen worden gemaakt. De rechtbank acht de omvang van deze categorie documenten niet zodanig dat van verweerder niet mag worden verwacht te beoordelen of aan het belang van eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer kan worden tegemoetgekomen door gedeeltelijke openbaarmaking. Dat er van 16 documenten geen bruikbare informatie overblijft, zoals verweerder heeft gesteld, betekent niet dat in het restant geen inzage kan worden gegeven. Bij de beoordeling van het Wob-verzoek is het niet aan verweerder om aan te nemen dat eiseres geen belang heeft bij de (resterende) informatie.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/12ed82221fbc84457e8e69ce691f363e95ca7c1ed4a35ce18a2d7f174c9fd90b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 12ed82221fbc84457e8e69ce691f363e95ca7c1ed4a35ce18a2d7f174c9fd90b, en de alinea staat in dat document op bytes 22012 tot 24685.