Citaat | Rechtbank Utrecht 23 april 2007

Alinea 71 Rechtbank Utrecht 23 april 2007

Een alinea uit Rechtbank Utrecht 23 april 2007, ECLI:NL:RBUTR:2007:BA5281.

2.9 Ten aanzien van 4 documenten heeft verweerder gesteld dat deze staatsgeheimen bevatten, zodat deze op grond van het bepaalde in artikel 10, eerste lid, aanhef en sub b, van de Wob geheim dienen te blijven. De rechtbank is van oordeel dat de aanduiding ‘staatsgeheim’ op een document niet per definitie inhoudt dat openbaarmaking van een dergelijk stuk de veiligheid van de staat zal schaden. De vraag of openbaarmaking de veiligheid van de staat zal schaden wordt bepaald door de inhoud van het document. Ten aanzien van de documenten met de nummers DC-69-030 en 1923 is de rechtbank van oordeel dat uit de stukken aanstonds duidelijk is dat verweerder terecht heeft aangegeven dat de openbaarmaking hiervan de veiligheid van de staat zal kunnen schaden. Voor een belangenafweging biedt artikel 10, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wob geen ruimte. Ten aanzien van de documenten met de nummers DC-33-169 en DC-69-003 is de rechtbank echter van oordeel dat uit de stukken niet direct volgt dat openbaarmaking de staatsveiligheid zal kunnen schaden, zodat verweerder had moeten motiveren waarom de openbaarmaking hiervan de veiligheid van de staat zal kunnen schaden. Hieraan is niet voldaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/12ed82221fbc84457e8e69ce691f363e95ca7c1ed4a35ce18a2d7f174c9fd90b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 12ed82221fbc84457e8e69ce691f363e95ca7c1ed4a35ce18a2d7f174c9fd90b, en de alinea staat in dat document op bytes 24705 tot 25921.