Citaat | Rechtbank Utrecht 6 juni 2007

Alinea 384 Rechtbank Utrecht 6 juni 2007

Een alinea uit Rechtbank Utrecht 6 juni 2007, ECLI:NL:RBUTR:2007:BA6445.

5.11. Op grond van het voorgaande komt de rechtbank vooralsnog – te weten zonder inhoudelijke beoordeling van de stellingen die de Stichting aan haar vorderingen ten grondslag heeft gelegd – tot de conclusie dat de Stichting ontvankelijk is in haar vorderingen op grond van artikel 3:305a BW. De rechtbank zal hierna deze vorderingen beoordelen en daarbij de volgorde van het petitum aanhouden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b40684930bf3be9c144108586e504f3f4f70ffabe81146013bd53e584431f40c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b40684930bf3be9c144108586e504f3f4f70ffabe81146013bd53e584431f40c, en de alinea staat in dat document op bytes 71367 tot 71778.