Citaat | Rechtbank Utrecht 6 juni 2007

Alinea 415 Rechtbank Utrecht 6 juni 2007

Een alinea uit Rechtbank Utrecht 6 juni 2007, ECLI:NL:RBUTR:2007:BA6445.

5.34. Dit verweer slaagt. Uit het inschrijfformulier van [eiseres sub 4] volgt inderdaad dat niet de gehele inleg zou worden belegd, maar slechts een deel daarvan. [eiseres sub 4] moet geacht worden daarmee te hebben ingestemd, nu zij haar handtekening op dit formulier heeft gezet en geen gebruik heeft gemaakt van de drie maanden bedenktijd na ontvangst van de Algemene Voorwaarden. Hieruit volgt dat [eiseres sub 4] als individuele eiseres in deze procedure geen beroep kan doen op het ontbreken van een contractuele grondslag voor het inhouden (en dus niet beleggen) van de overlijdensrisicopremie. Evenmin kan zij een beroep doen op het ontbreken van wilsovereenstemming over de hoogte van deze premie, nu de hoogte blijkt uit het verschil tussen de inleg en de spaarstorting, in casu FL.71,64 per kwartaal.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b40684930bf3be9c144108586e504f3f4f70ffabe81146013bd53e584431f40c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b40684930bf3be9c144108586e504f3f4f70ffabe81146013bd53e584431f40c, en de alinea staat in dat document op bytes 90868 tot 91694.