Citaat | Rechtbank Utrecht 8 augustus 2007

Alinea 67 Rechtbank Utrecht 8 augustus 2007

Een alinea uit Rechtbank Utrecht 8 augustus 2007, ECLI:NL:RBUTR:2007:BB1413.

4.4. Dit verweer wordt verworpen. Het enkele feit dat in de overeenkomst geen beding is opgenomen over de betalingstermijn of dat daarover door partijen geen afspraken zijn gemaakt, wil niet zeggen dat het bewaarloon niet opeisbaar is. Ingevolge artikel 6:248 BW heeft een overeenkomst immers niet alleen de door partijen (uitdrukkelijk) overeengekomen rechtsgevolgen, maar ook die welke naar de aard van de overeenkomst, uit de wet, de gewoonte of de eisen van redelijkheid en billijkheid voortvloeien. Nu in het onderhavige geval geen betalingstermijn overeengekomen is, zal de inhoud van de overeenkomst op dit punt moeten worden vastgesteld aan de hand van deze aanvullende bronnen. Gelet op de aard van de overeenkomst -het in bewaring geven/nemen van een partij goederen- acht de rechtbank het redelijk en gebruikelijk dat maandelijks bewaarloon dient te worden betaald. Het door [eiseres] gevorderde bewaarloon is derhalve wel degelijk opeisbaar.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0ed78730597e834f37ad8bc3d65b6d454f601fca8fd1ff3a41f4522befc4d227. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0ed78730597e834f37ad8bc3d65b6d454f601fca8fd1ff3a41f4522befc4d227, en de alinea staat in dat document op bytes 13435 tot 14401.