Citaat | Rechtbank Utrecht 12 september 2007

Alinea 126 Rechtbank Utrecht 12 september 2007

Een alinea uit Rechtbank Utrecht 12 september 2007, ECLI:NL:RBUTR:2007:BB3747.

4.23. Voorts brengt de aard van de overeenkomst met zich mee dat – ook bij stijgende aandelenkoersen – de deelnemer na afloop van de overeenkomst en na aflossing van de lening weliswaar opbrengst heeft, doch dat die lager is dan hetgeen hij gedurende de looptijd aan Defam heeft betaald, zodat hij per saldo alsnog verlies lijdt. Noch uit de overeenkomst, noch uit de brochure, wordt verduidelijkt met welk (geschat) percentage de koers van de aandelen diende te stijgen wilde [gedaagde partij], na ommekomst van de overeenkomst, een uitkering ontvangen die zijn investering (te weten het geleende bedrag en de rentebetalingen) minus eventueel fiscaal voordeel (de betaalde rente was tot 2001 aftrekbaar) en uit te keren dividenden – zou evenaren of overtreffen. Nu ook deze informatie van belang kan worden geacht voor een potentiële deelnemer die de afweging dient te maken of de aangeboden overeenkomst aansluit bij zijn doelstellingen, had het op de weg van Defam gelegen ook hierover duidelijkheid te scheppen in de door haar verschafte informatie.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4ffc2cf67ec361cbc86d69bc8df0cc5f30184c49225db5b08b4d0490a7ae9909. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4ffc2cf67ec361cbc86d69bc8df0cc5f30184c49225db5b08b4d0490a7ae9909, en de alinea staat in dat document op bytes 36884 tot 37957.