Citaat | Rechtbank Utrecht 6 februari 2008

Alinea 104 Rechtbank Utrecht 6 februari 2008

Een alinea uit Rechtbank Utrecht 6 februari 2008, ECLI:NL:RBUTR:2008:BC7002.

4.27. De door [eisers] gestelde verbeteringen aan de woning zijn op zich zelf niet door [gedaagde] betwist. De vraag is of [gedaagde] is bevoordeeld nu deze door [B] zijn betaald en hij op het moment dat deze verbeteringen zijn gebracht de woning al had gekocht. Nu de verbeteringen zijn aangebracht in de periode dat [B] de woning bewoonde, staat vast dat zij ook genot heeft gehad van deze verbeteringen. Daar staat tegenover dat zij dit genot gedurende een bepaalde periode heeft gehad en dat deze verbeteringen na haar vertrek uit de woning ten gunste van [gedaagde] zijn gekomen. [gedaagde] heeft de woning in 1993 gekocht volgens artikel 4 van de koopovereenkomst in de staat waarin die zich bij het tot stand komen van de overeenkomst bevindt. Bij de waardering van de woning in 1993 zijn deze verbeteringen niet betrokken. Tegen de achtergrond van deze feiten en omstandigheden dient naar het oordeel van de rechtbank naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid de waarde van deze verbeteringen voor een deel als een bevoordeling van [gedaagde] aangemerkt te nemen. De rechtbank stelt dit deel op 50% van de waarde zodat een bedrag van EUR 7.845,61 x 50% = EUR 3.922,80 als inkorting in aanmerking moet worden genomen bij de bepaling van de legitimaire massa.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/56cb302ede44667ade8c28a130ec66f673da250dec343f211ba91aa52237856e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 56cb302ede44667ade8c28a130ec66f673da250dec343f211ba91aa52237856e, en de alinea staat in dat document op bytes 28452 tot 29736.