Citaat | Rechtbank Utrecht 6 februari 2008

Alinea 65 Rechtbank Utrecht 6 februari 2008

Een alinea uit Rechtbank Utrecht 6 februari 2008, ECLI:NL:RBUTR:2008:BC7002.

4.5. [gedaagde] stelt dat [B] na het overlijden van haar echtgenoot gerechtigd was het gehele vermogen van haar en haar overleden echtgenoot te besteden naar haar goeddunken. Dat bij haar overlijden geen vermogen resteerde kan [gedaagde] niet worden tegengeworpen. Redelijkheid en billijkheid verhinderen dat [gedaagde] de vordering van [eisers] op [B] als gevolg van hun kindsdeel dient te voldoen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/56cb302ede44667ade8c28a130ec66f673da250dec343f211ba91aa52237856e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 56cb302ede44667ade8c28a130ec66f673da250dec343f211ba91aa52237856e, en de alinea staat in dat document op bytes 12739 tot 13151.