Citaat | Rechtbank Utrecht 6 februari 2008
Alinea 67 Rechtbank Utrecht 6 februari 2008
Een alinea uit Rechtbank Utrecht 6 februari 2008, ECLI:NL:RBUTR:2008:BC7002.
4.7. Nu vast staat dat de omvang van de nalatenschap van [B] bij haar overlijden feitelijk nihil of negatief was, ontbreekt het vermogen waarop [eisers] hun aanspraak kunnen verhalen. Vervolgens is de vraag aan de orde of door het zuiver aanvaarden van de nalatenschap van [B] door [gedaagde] deze verplichting op hem is overgegaan. Bij de beoordeling van deze vraag is van belang dat volgens artikel 4:184 Burgerlijk Wetboek het zuiver aanvaarden van de nalatenschap tot gevolg heeft dat de erfgenaam de schulden van de nalatenschap ten laste van zijn overige vermogen voldoet. Nu [gedaagde] de nalatenschap van [B] zuiver heeft aanvaard, en daarmee ook de schulden, is hij voor deze vordering op haar nalatenschap voor aansprakelijk. Weliswaar heeft [gedaagde] betoogd dat de redelijkheid en billijkheid de aanspraak jegens hem verhinderen maar door hem zijn onvoldoende concrete feiten en omstandigheden aangevoerd die zijn beroep op de redelijkheid en billijkheid onderbouwen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/56cb302ede44667ade8c28a130ec66f673da250dec343f211ba91aa52237856e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 56cb302ede44667ade8c28a130ec66f673da250dec343f211ba91aa52237856e, en de alinea staat in dat document op bytes 13675 tot 14668.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/56cb302ede44667ade8c28a130ec66f673da250dec343f211ba91aa52237856e | shasum -a 256