Citaat | Rechtbank Utrecht 6 februari 2008

Alinea 76 Rechtbank Utrecht 6 februari 2008

Een alinea uit Rechtbank Utrecht 6 februari 2008, ECLI:NL:RBUTR:2008:BC7002.

4.12. [eisers] stellen dat [gedaagde] in de periode van januari 1996 tot en met april 1999 van de bankrekeningen van [B] totaal een bedrag heeft opgenomen van fl 141.230,-- (EUR 64.087,--) en dat [gedaagde] zich dit bedrag heeft toegeëigend althans onder zich heeft gehouden. [gedaagde] dient dit bedrag aan de nalatenschap te vergoeden en het moet in aanmerking worden genomen bij de bepaling van de legitimaire massa. Voorts stelt [eisers] dat sprake is van lastgeving hetgeen voor [gedaagde] de verplichting met zich brengt om rekening en verantwoording af te leggen en te bewijzen dat hij de door hem opgenomen gelden aan erflaatster heeft afgedragen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/56cb302ede44667ade8c28a130ec66f673da250dec343f211ba91aa52237856e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 56cb302ede44667ade8c28a130ec66f673da250dec343f211ba91aa52237856e, en de alinea staat in dat document op bytes 17255 tot 17924.