Citaat | Rechtbank Utrecht 8 juni 2009

Alinea 40 Rechtbank Utrecht 8 juni 2009

Een alinea uit Rechtbank Utrecht 8 juni 2009, ECLI:NL:RBUTR:2009:BI6925.

De verdediging is voorts van mening dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard, omdat niet gebleken is dat de in het dossier als medeverdachte aangemerkte heer [X] strafrechtelijk vervolgd wordt door het openbaar ministerie terzake van witwaspraktijken en valsheid in geschrift. De verdediging concludeert dat het openbaar ministerie in strijd met het gelijkheidsbeginsel dan wel het opportuniteitsbeginsel handelt door alleen [verdachte] te vervolgen voor deze feiten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e502f4e504641edebbe04d264af080425532cba35f8add3ac16e816b292dced3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e502f4e504641edebbe04d264af080425532cba35f8add3ac16e816b292dced3, en de alinea staat in dat document op bytes 10861 tot 11374.