Citaat | Rechtbank Utrecht 9 oktober 2009

Alinea 44 Rechtbank Utrecht 9 oktober 2009

Een alinea uit Rechtbank Utrecht 9 oktober 2009, ECLI:NL:RBUTR:2009:BK0204.

2.5. ABN AMRO legt primair aan haar standpunt ten grondslag dat zij zich door de retentiebrief van 21 februari 2008 jegens [X] niet contractueel heeft verbonden tot betaling van de bonussen over 2008 en 2009. Het was Fortis, en niet ABN AMRO, die de toezegging in de retentiebrief aan [X] heeft gedaan. Dit eenzijdige aanbod heeft [X] niet tijdig, voordat het door de bank werd herroepen, aanvaard. Voor de voldoening van bonussen geldt dat op grond van het bepaalde in artikel 5.5 van de C&B Regulations, waaraan in de retentiebrief niet wordt gederogeerd, geen recht op een bonus bestaat, indien de arbeidsovereenkomst vóór het moment van uitbetaling ervan eindigt. De door ABN AMRO toegepaste pro rata parte betaling van de bonus over 2009 is derhalve een afwijking ten gunste van [X]. Deze afwijking is in overeenstemming met het beleid dat de bank in de

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3da8f12e2f83174dabe16602db51118f96188ffb9135a4e547049d77a0b118fe. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3da8f12e2f83174dabe16602db51118f96188ffb9135a4e547049d77a0b118fe, en de alinea staat in dat document op bytes 15169 tot 16047.