Citaat | Rechtbank Utrecht 9 oktober 2009

Alinea 48 Rechtbank Utrecht 9 oktober 2009

Een alinea uit Rechtbank Utrecht 9 oktober 2009, ECLI:NL:RBUTR:2009:BK0204.

2.8. Het feit dat ABN AMRO in maart 2009 heeft besloten om senior-managers, die niet bereid zijn af te zien van het retentiepakket van 21 februari 2008, niet voor herplaatsing in aanmerking te laten komen, heeft ertoe geleid dat de arbeidsovereenkomst van partijen per 1 juli 2009 is geëindigd nadat [X] te kennen had gegeven de bank aan de toezeggingen in de retentiebrief te zullen houden. Zou deze - in arbeidsrechtelijke zin ontoelaatbare - eis niet zijn gesteld, dan had [X] in een passende functie kunnen worden aangesteld. Door aan herplaatsing genoemde onredelijke voorwaarde te verbinden, heeft ABN AMRO niet als goed werkgeefster gehandeld en op een onnodige beëindiging van het dienstverband aangestuurd. Eerder had de bank hem laten weten nog tot 1 november 2009, wanneer de ‘legal separation’ naar verwachting zou plaatsvinden, van zijn diensten gebruik te zullen maken. Het komt daarom voor haar rekening dat hij niet het gehele jaar 2009 heeft gewerkt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3da8f12e2f83174dabe16602db51118f96188ffb9135a4e547049d77a0b118fe. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3da8f12e2f83174dabe16602db51118f96188ffb9135a4e547049d77a0b118fe, en de alinea staat in dat document op bytes 17194 tot 18182.