Citaat | Rechtbank Utrecht 9 oktober 2009

Alinea 54 Rechtbank Utrecht 9 oktober 2009

Een alinea uit Rechtbank Utrecht 9 oktober 2009, ECLI:NL:RBUTR:2009:BK0204.

3.3. Resteert de vraag of aan ABN AMRO kan worden verweten of moet worden toegerekend dat de arbeidsovereenkomst van partijen reeds per 1 juli 2009 is geëindigd en [X] niet in de gelegenheid is geweest tot eind 2009 voor de bank te blijven werken. De kantonrechters beantwoorden deze vraag ontkennend. Aan een beoordeling van de handelwijze van ABN AMRO in februari 2009, toen aan [X] werd meegedeeld dat hij slechts voor herplaatsing in een vergelijkbare functie in aanmerking zou komen indien hij geen aanspraak zou maken op het retentiepakker van 21 februari 2009, komen de kantonrechters niet toe, omdat [X] daarna heeft ingestemd met een beëindiging van de arbeidsovereenkomst per 1 juli 2009. Kennelijk heeft [X] zijn positie binnen de bank zodanig ingeschat dat hij heeft gemeend de voorkeur te moeten geven aan een vertrek met toekenning van een ontslagvergoeding. Daarmee heeft [X] ervan afgezien zich nog verder in te zetten voor zijn herplaatsing binnen de bank en heeft hij zich erbij neergelegd dat de bank niet nader met hem heeft overlegd over een herplaatsing in de functie van ‘Treasurer’. Overigens heeft ABN AMRO ter zitting gemotiveerd weersproken dat die functie voor [X] passend zou zijn geweest en heeft [X] geen andere functies genoemd waarin hij had kunnen worden herplaatst.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3da8f12e2f83174dabe16602db51118f96188ffb9135a4e547049d77a0b118fe. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3da8f12e2f83174dabe16602db51118f96188ffb9135a4e547049d77a0b118fe, en de alinea staat in dat document op bytes 20839 tot 22159.