Citaat | Rechtbank Utrecht 9 oktober 2009
Alinea 55 Rechtbank Utrecht 9 oktober 2009
Een alinea uit Rechtbank Utrecht 9 oktober 2009, ECLI:NL:RBUTR:2009:BK0204.
3.4. [X] stelt zich op het standpunt dat ABN AMRO hem zijn instemming met de beëindiging van de arbeidsovereenkomst per 1 juli 2009 niet mag tegenwerpen waar het zijn aanspraak op de bonus over 2009 betreft, omdat partijen in het kader van deze beëindiging hun geschil over de hoogte van die bonus onder ogen hebben gezien en zijn overeengekomen dat dit geschil bij prorogatie in de zin van artikel 96 Rv. aan de rechter zou worden voorgelegd. ABN AMRO heeft dit gemotiveerd weersproken. De kantonrechters verwerpen het betoog van [X]. Nu hij heeft nagelaten de vaststellingsovereenkomst van partijen in het geding te brengen, kunnen inhoud en strekking daarvan in dit geding niet worden beoordeeld. Er dient daarom van te worden uitgegaan dat partijen zijn overeengekomen om aan de kantonrechters voor te leggen de vraag of [X] op grond van (de uitleg van) de retentiebrief recht heeft op een hogere bonus over 2009 dan ABN AMRO bereid is hem te betalen. Bij de beoordeling van die vraag speelt de opstelling van ABN AMRO in de eerste helft van 2009 geen rol.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3da8f12e2f83174dabe16602db51118f96188ffb9135a4e547049d77a0b118fe. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3da8f12e2f83174dabe16602db51118f96188ffb9135a4e547049d77a0b118fe, en de alinea staat in dat document op bytes 22179 tot 23255.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/3da8f12e2f83174dabe16602db51118f96188ffb9135a4e547049d77a0b118fe | shasum -a 256